Huishoudhulp

Hulp in het huishouden bij de gebruiker thuis omvat volgende activiteiten:

1

Schoonmaken (inclusief de ramen)

2

Wassen en strijken

3

Verstelwerk van strijkgoed

4

Bereiden van maaltijden

Belangrijk is dat het hier gaat om huishoudhulp. Het is niet de bedoeling dat dienstencheques gebruikt worden om klussen te betalen zoals, herstellingen, schilderwerken, verbouwingswerken of het opvangen van kinderen en bejaarden.

Dienstencheques mogen ook enkel gebruikt worden om activiteiten die in de privésfeer plaatsvinden te vergoeden. Activiteiten die in een professionele omgeving plaatsvinden zijn bijvoorbeeld het kuisen van een dokterskabinet, wachtzaal of studio die verhuurd wordt.

Strijken Buitenshuis

In het geval van strijken in een lokaal van de erkende onderneming, wordt de vergoeding ervan aan de hand van dienstencheques ook toegestaan.

Strijken omvat in dit geval het gehele proces. Dit wil zeggen dat het in ontvangst nemen van het linnen, het sorteren, controleren en inpakken ook vallen onder deze activiteit.

Onder strijken wordt het volgende verstaan:

  • Registreren: in ontvangst nemen van het linnen, registratie van de te strijken stukken en het opstellen van een ontvangstbewijs
  • Sorteren: sorteren van het te strijken linnen
  • Controleren: kwaliteitscontrole en eindcontrole
  • Verzamelen: gestreken linnen opnieuw per klant sorteren
  • Verpakken: gestreken linnen inpakken
  • Bestellen: afhalen gestreken linnen, afhandelen betaling  

 

 

 

Boodschappen

Boodschappen die vergoed kunnen worden via dienstencheques zijn boodschappen voor dagelijks gebruik zoals bijvoorbeeld boodschappen bij het postkantoor, de bakker of de apotheker.

Wat niet beschouwd wordt als dagelijkse behoefte is het volgende: aankoop van meubelen, huishoudtoestellen, audiovisueel materiaal, warme maaltijden en de periodieke verdeling van kranten en weekbladen.

Vervoer personen met beperkte mobiliteit

Dienstencheques kunnen ook gebruikt worden voor het vergoeden van hulp bij verplaatsingen van mindervalide gebruikers of van het mindervalide kind van een gebruiker.

Wanneer het gaat om een erkend mindervalide persoon dient het transport uitgevoerd te worden met een aangepast voertuig waarvoor de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer een attest heeft afgeleverd. Een aangepast voertuig dient niet voorzien te worden wanneer de gebruiker beschikt over een uitkering voor bejaardenhulp of minstens 60 jaar is en kan rekenen op prestaties verstrekt door de erkende dienst voor gezin en bejaardenhulp binnen de overheid.